Op date met drie
- matthias degroote
- 3 feb 2021
- 2 minuten om te lezen
J, Jay of JJ. Hij kan het goed uitleggen, dat is duidelijk. Sinds we zijn aangekomen ken ik de hobby’s van zijn vriend, de oorsprong van diens littekens en zijn favoriete auto. Ik zwijg over de littekens op J’s voorarmen.
Het schemert en de lichtjes van de kermis nemen het al gauw over van de zon. Mensen gillen, kinderen lachen en ik ben op blind date. Na een suikerspinlang praten kom ik tot de volgende conclusie: van mijn date weet ik niets, maar zijn vriend Jitske blijkt nogal een kerel. Mijn hemd waait in het zuiders briesje. Zijn T-shirt niet. Het spant, waarop hij naar me kijkt als hij merkt dat ik het in de gaten heb.
“Vind je wel lekker he", zegt hij terwijl hij de spierbal even twee keer opspant.
Eigenlijk moet ik hier helemaal niets van weten, maar een vriendin vindt dat ik het verzetje verdien. Dus probeer ik een connectie aan te gaan. We passeren een boksbal, die hij precies onmogelijk kan negeren.
Terwijl de bal naar beneden valt en hij zijn knokels kraakt, vraag ik hem wie hij graag zou willen dat het was. “Hoe bedoel je”, vraagt hij zonder me aan te kijken. Het ballen van zijn vuist heeft even wat meer aandacht nodig. “Wie zou je graag willen dat het is? De bal… De… Boksbal.” Met zijn onderste lip op zijn bovenste knalt hij op de attractie.
“Als je één iemand, levend of dood, eens een goede vuist kan of mag geven, wie zou het dan zijn? Ik zou graag mijn buurman eentje op zijn neus geven. Die snoodaard gluurt.”
Hij kijkt me aan en glimlacht. Terwijl hij denkt over wat hij gaat zeggen, vallen zijn ogen naar mijn borsten, daarna naar mijn voeten, alsof hij daarmee zijn onkuisheid wil verdoezelen. “Maar je bent een meisje”, zegt hij terwijl zijn glimlach verdwijnt. “Je kan hem hoogstens omver vegen. Of toch een tik geven met je stok, ding.” Hij lacht opnieuw.
“Jitske zou wel weten wat doen. Jitske knalde er eens een avond drie op een rij tegen de grond. Jitske knalt even raak als hij ze binnen giet.”
Hij drukt opnieuw op de knop.
“En wie zou er winnen, jij of Jitske?”
Zijn zelfvertrouwen wankelt duidelijk, waarna hij opkijkt en deze keer zonder omweg mijn ogen vindt. “Jitske heeft al gewonnen." Een tandeloze glimlach vormt zich op zijn gezicht en hij spert zijn ogen. “Jitske wint altijd.”
Ik wandel alleen naar huis. Ik bel mijn vriendin om te vertellen hoe de avond is verlopen. Ze vraagt hoe het met Jitske was. Ik realiseer het me nu pas... Hij praatte die hele avond al over zichzelf.



Opmerkingen